Time transfixed

René Magritte, London, 1938, oil on canvas,
147 x 98,7 cm,
© ADAGP

Onverstoorbare machines

Pierre Fresnault-Deruelle

A A A

“Snel, met zijn stem/Als van een insect, zegt Nu: Ik ben Voorbij,/ En ik heb uw leven met mijn vuile slurf leeggezogen” (Baudelaire, L’horloge; vertaling J.B.)

Deuren en schouwen hebben dit verrassend punt gemeen : de afbeelding die deze objecten weergeeft, toont soms dat ze beiden in feite grenzen zijn. De praktische kant van deze architectuur-elementen schuift dan naar de achtergrond ten voordele van andere aspecten, want datgene wat een schouw of een poort als een drempel laat zien is onafscheidelijk verbonden met de hoge symbolische waarde van de gebeurtenissen die ze (kunnen) veroorzaken. Wat zich afspeelt in De doorboorde tijd (de plotse verschijning van een “onmogelijke” stoommachine) is niet iets dat zomaar gebeurt in een gewoon appartement met een gewone schouw, maar iets dat gebeurt dankzij een schouw, waarvan het banale realisme niet alleen het oog maar vooral de geest van de kijker in de maling neemt. Dit brandpunt –en we moeten dit woord hier letterlijk nemen, in de betekenis van haardvuur– waar onder en boven, binnen en buiten, realiteit en droomflarden elkaar kruisen, is geen gewoon decor, maar een omgeving die zo ontegensprekelijk gekunsteld is dat ze niet meer “eerlijk” kan zijn. Zelfs als we even geen rekening houden met de stoommachine, dan nog is de absolute alledaagsheid van deze kale plek, die baadt in het licht van de droom, voldoende om onze nieuwsgierigheid op te wekken.

Het is altijd gevaarlijk om in de titels van Magritte de sleutel van zijn werken te zoeken. De “legendes” die de kunstenaar maakt leggen de betekenis immers niet vast, ze drijven integendeel het interpretatieprobleem op de spits, ze verhogen alleen maar de verwarring van de toeschouwer die er zoals gebruikelijk een aanzet in probeert te vinden om weg te raken van het lichte angstgevoel dat door deze geschilderde raadsels wordt opgewekt. In het geval van De doorboorde tijd lijken er echter aanwijzingen te zijn dat er toch een zekere verwantschap bestaat tussen doek en titel.

Afgaande op de vormen van de objecten, horen de locomotief en het uurwerk duidelijk samen, want allebei zijn ze geplaatst tegenover vierkante vlakken van vergelijkbare grootte: enerzijds is er de spiegel in wiens water het uurwerk op de schouwmantel lijkt weg te zinken; anderzijds is er de stoommachine die, in plaats van de verwachte kachelbuis, in een staat van gewichtloosheid naar voor schuift vanuit de haardmuur. Maar het is moeilijk dit parallellisme vast te houden als we merken dat het kille (en “regressieve”) apparaat bovenaan en de stomende (en “progressieve”) machine onderaan elkaar ook vinden volgens een tweede kruisstelling.

Afgaande op de symboliek, kunnen we stellen dat de miniatuurtrein, zeker op de manier waarop die hier is weergegeven, het Lacaniaanse “Réel” symboliseert, dat zich onstuitbaar een weg naar buiten baant. Het “Réel” lijkt als het ware van de schouw gevallen en verschijnt plots in de absurde vorm van iets dat op speelgoed lijkt maar het toch niet is. Het uurwerk, hier gekoppeld aan haar eigen verdubbeling in de spiegel, kan dan worden gezien als de vertegenwoordiger van de sinistere god waarvan Baudelaire zegt dat hij “ons drieduizend zeshonderd maal per uur toefluistert: (…) ik ben Voorbij” (L’horloge, vertaling J.B.). De klok en zijn weerkaatste dubbelganger schijnen dan de onverbiddelijke overgang naar de andere kant van de spiegel aan te geven (de kandelaars zonder kaarsen creëren een rouwstemming). Anderzijds kan de vreemde locomotief van Magritte die de muren doorboort – is dit “de doorboorde tijd”? – willen zeggen dat het verleden blijft terugkomen om ons steeds opnieuw te verbranden.

Deze lectuur, waarvan het metaforische karakter voor sommigen onsamenhangend kan overkomen, ontleent een deel van haar bestaansreden echter aan het feit dat Magrittes visuele stelling ontegensprekelijk aanknoopt met het denken van de allegorie: niet met het hermetisme van de literaire “versieringen” van vroeger, maar met de zoektocht van een dichter die verbeten op zoek is naar het mysterie van de wereld. Heeft Magritte zelf over die zoektocht niet het volgende gezegd: “Datgene wat ik moest ontdekken, datgene wat vaag aan elk voorwerp vastgekluisterd zat, was iets waarvan ik meer en meer overtuigd raakte dat ik het altijd reeds op voorhand kende, maar dat de kennis ervan om zo te zeggen diep in mijn gedachten verloren lag.”

MÉTHODE
soulignement
soulignement

en apprendre plus sur l'auteur


voir la publication

picto_remonter
Pierre Fresnault-Deruelle
Professeur de l’Université Paris 1, UFRR O4, notamment en Master 2 Pro Multimédia. Ses Domaine de recherche : Analyste de l’image fixe (affiches, peintures d’histoire, photographies, bandes dessinées, dessins de presse). Spécialités :sémiologie, rhét orique de l’ image. Il est Auteur de 20 livres .
Publications
Hergéologie, Cohésion et cohérence du récit en images dans les aventures de Tintin, Presses Universitaires François Rabelais, 2012.

Intelligences des affiches, éditions Pyramyd, 2012

Auteur-scénariste de 3 séries de films (Le Musée de poche) sur les Musée de : Tours, Issoudun, Orléans.